| Vereniging Vrienden van het Concertgebouw De Vereeniging |
|
Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek |
| |
|
|
| OPEN BRIEF |
|
Nijmegen, 21 februari 2006 |
| Aan de politieke partijen in de Gemeente Nijmegen. |
L.S.,
Wij maken ons grote zorgen over de gevolgen van een eventuele privatisering van de Keizer Karel Podia. Het `terugtreden' zondermeer van de gemeentelijke overheid zal de programmering van klassieke muziek in Nijmegen geen goed doen. Daarmee loopt het behoud van de primaire culturele functie van Concertgebouw De Vereeniging, het ten gehore brengen van klassieke muziek in een van de beste concertzalen ter wereld, gevaar. De Grote Zaal heeft in de loop der jaren wereldfaam verworven om haar uitzonderlijk goede akoestiek. De stad is daar terecht trots op. De allerbeste klassieke musici, traditioneel én hedendaags en vernieuwend, spelen er graag. De bijzondere klank die Nijmegen in de wereld van de muziek heeft, is daaraan te danken. Bekend is dat woon- en investeringsklimaat mede bepaald worden door een cultureel aanbod van hoog niveau. Daaraan draagt het CONCERTGEBOUW “DE VEREENIGING” veel bij.
Privatisering van de Keizer Karel Podia wijzen wij niet a priori af. En de instandhouding van De Vereeniging, als rijksmonument, is gewaarborgd. Toch maken wij ons grote zorgen. Op dit moment geeft de gemeente, zij het op afstand en globaal, sturing aan het gebruik van het gebouw en aan de programmering. Voorwaarden daarvoor staan concreet en helder omschreven in de statuten van de NV Mensec, waarvan de gemeente enig aandeelhouder is. De randvoorwaarden, die de gemeenteraad voor de voorgenomen privatisering heeft geformuleerd, zijn echter veel ruimer. De toekomstige exploitant, daartoe wellicht verleid om commerciële redenen, wordt, zo lijkt het, alle ruimte gegeven voor een uiterst risicoloze eigen programmering. Over hoe hij zich op te stellen heeft tegenover de andere bespelers van De Vereeniging, zoals Bachkoor, HGO, Vrienden van het Lied en NSvK, die nu een belangrijk deel van het klassieke aanbod programmeren, is niets bepaald. Al met al vrezen wij dat op deze manier privatisering de klassieke muziek ernstig zal duperen.
Bovendien moet nog worden afgewacht hoe de gemeente de naleving van de wél gestelde randvoorwaarden zal kunnen afdwingen, zeker wanneer mogelijke investeerders besluiten de Keizer Karel Podia weer van de hand te doen.
Bij dit alles stelt het bestaan van het gemeentelijke subsidie-instrumentarium voor culturele activiteiten ons niet zondermeer gerust, zeker niet als wij zien hoe de laatste jaren daarmee is omgesprongen. Al jaren is dat budget vérgaand ontoereikend: het is veel lager dan gebruikelijk in met Nijmegen vergelijkbare steden. Het eigen aanbod van klassieke muziek door de Keizer Karel Podia zelf staat dan ook alom bekend als voor deze stad en dit podium `te mager' en `risicoloos'. Van een gemeentelijke ondersteuning door de gemeente van podiumkunsten die zichzelf niet op de markt staande weten te houden, is nauwelijks sprake. Behoud van de primaire culturele functie van De Vereeniging, het ten gehore brengen van klassieke muziek, heeft bij de gemeente een lage prioriteit. Terwijl alles in het werk wordt gesteld om de reputatie van de stad te versterken (`Nijmegen 2000'!), laat men na een van de weinige erkende unieke pluspunten van de stad behoorlijk te onderhouden.
Samenvattend, onze grote zorg is dat bij de eventuele privatisering van de Keizer Karel Podia de hang naar `terugtreden' als gemeentelijke overheid verregaand negatieve gevolgen zal hebben, speciaal voor de programmering van klassieke muziek in Nijmegen.
Vanuit die zorg doen wij een dringend beroep op alle Nijmeegse politieke partijen om de mogelijkheden van privatisering van de Keizer Karel Podia te bezien vanuit het besef dat kunst en cultuur niet zonder `patronage' van de overheid kunnen. `Patronage' betekent in dit geval concreet het inhoudelijk en financieel waarborgen van een brede klassieke programmering de stad Nijmegen en het Concertgebouw De Vereeniging waardig, o.a. door het stellen van een forse programmeringseis aan de exploitant.
De randvoorwaarden die voor de eventuele privatisering zijn geformuleerd, moeten worden heroverwogen en aangescherpt.
Wij vragen U met klem om Uw bereidheid daartoe nog vóór de verkiezingen van een nieuwe gemeenteraad op 7 maart a.s. uit te spreken.
Het Concertgebouw De Vereeniging, waar de stad terecht trots op is en dat ook publicitair voor de stad van grote waarde is, verdient gekoesterd en verzorgd te worden!
|
| Vereniging Vrienden van het Concertgebouw De Vereeniging |
|
Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek |
| J.J.T. Stoutjesdijk, voorzitter, |
|
Prof.dr. T.J.M. van Els, voorzitter. |
| |
| Wij ondertekenen deze open brief mede namens de volgende 40 organisaties en personen: |
|
Actief Comité Binnenstad Nijmegen, prof.dr Th.W.A. Camps, voorzitter
Alewijnse Holding BV, D. Alewijnse, directeur
Alliantie Voortgezet Onderwijs voor Nijmegen en Land van Maas en Waal, D. van Bennekom, bestuursmanager
Bachkoor, J. Waagmeester, voorzitter
Bond Heemschut Gelderland, mw. drs. M. Jetten, secretaris provinciale commissie
Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, mw. drs. H.L.H.M. Darley mhsa, lid Raad van Bestuur
Cultuurhistorisch Platform Rijk van Nijmegen, P. Timmermans, voorzitter
Europese Stichting Joris Ivens, A. Stufkens
Gelderse Muziek Zomer, mw. R. ter Braake, directeur
Mozart(k)ring Gelre-Niederrhein, Ton Gijsbers, voorzitter
Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel, afd. Nijmegen, L. Visser, voorzitter
Nijmegen Muziekstad, Mieke Hoofd
Numaga, prof.dr. J.J.V.M. de Vet, waarnemend voorzitter
Philips Semiconductors Nijmegen, Jan Ramaekers, bedrijfsdirecteur
Radboud Universiteit, ir. R.J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn, voorzitter
Stichting Doornroosje, dr. A.A.M. Tax, directeur bestuurder
Stichting Het Gelders Orkest, A.F. Adams, algemeen directeur
Stichting Lux, drs. J.Modder, voorzitter
Stichting Vrienden van de Stevenskerk, P. Hooghof, voorzitter
Symfonieorkest Nijmegen, Rob te Riele, voorzitter
Toneelgroep Oostpool, Alex Kuhne, directeur
Toonkunstkoor, K. van Waveren, voorzitter
UMC St Radboud, prof.dr. C.L.A. van Herwaarden, voorzitter Raad van Bestuur
Vereniging Binnenstadondernemers Nijmegen, Cris M. de Klein, voorzitter
Vereniging Vrienden van het Lied, regio Nijmegen, mw. B. Keijser en H. Stikhoven
VNO-NCW Arnhem Nijmegen (KAN), M.P.J. van Lokven, voorzitter
Vrienden Museum Het Valkhof, A.P.M. Aelberts, voorzitter
prof.dr. A.A.M. van Agt, oud-premier
Prof.dr. J.H.G.J. Giesbers, oud-Rector Magnificus RU en voorzitter Stichting Gelderkennis
Pieter-Matthijs Gijsbers
Ir. J.F. de Haan, oud-voorzitter Raad van Bestuur Haskoning
Mr. E.M. d'Hondt, oud-burgemeester
prof.dr. W.J.M. Levelt, directeur Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek
Ir. W.C.M. van Lieshout, oud-voorzitter College van Bestuur RU en Museum "Het Valkhof"
mw. drs. Maria Martens, Lid Europees Parlement
H.W.P.N.A. van Loon
prof.dr. A.J.M. Plasschaert, oud-Rector Magnificus RU
Wouter Roelants, boekhandelaar
Th.H.J. Stoelinga, oud-voorzitter College van Bestuur van de Radboud universiteit
Mr. F.L.L Terwindt, Algemeen bestuur VNO-NCW
|
|
|
|
|