Gitarist Fernando Riscado Cordas presenteert een uitgebreid menu met muzikale lekkernijen

De muziekliefhebbers die het najaarsconcert vandaag bijwoonden zijn een bijzondere muzikale ervaring rijker. Bovendien gaf Fernando Riscado Cordas een unieke inkijk in de geheimen van de 19e-eeuwse gitaarbouw en in enkele boeiende episodes uit de geschiedenis van de gitaarmuziek. Een en ander werd enthousiast gespeeld, gepresenteerd en toegelicht door Cordas; niet alleen een geweldig musicus, maar ook een specialist en kenner van de historische ontwikkeling van de gitaar. (tekst gaat verder onder het fragment)

Cordas kwam naar Nijmegen met enkele prachtige instrumenten, waaronder een gitaar gebouwd in 1810. Het instrument is van een anonieme bouwer uit het Franse Mirecourt, waar destijds veel gitaren gebouwd werden. Cordas leerde het publiek dat er in die tijd zelfs sprake was van een buitengewoon grote populariteit van de gitaar, iets dat voor menigeen ongetwijfeld nieuws was. Op dit instrument begon hij het recital en liet ons genieten van Mozarts Das klinget so herrlich uit Die Zauberflöte, in een 19e-eeuwse bewerking door de componist/gitarist Fernando Sor.

Hij vervolgde het recital met liedbewerkingen van Schubert en Schumann die waren gemaakt door de fameuze 19e-eeuwse Caspar Joseph Mertz én door Fernando Riscado Cordas zelf, in navolging van de bekende liedbewerkingen die Franz Liszt maakte van Schuberts muziek. Cordas schetste het beeld van het Wenen van enkele jaren na Schuberts dood (1828), waarin op straat zijn prachtige melodieën door iedereen werden gezongen, gefloten, en geneuried. Liszt bewerkte Schuberts liederen voor piano en dat werd voor de muziekuitgever een ongekend commercieel succes, waarna fluks ook de bewerkingen voor gitaar verschenen. Alsof dit allemaal nog niet genoeg was maakten we ook nog kennis met de prachtige muziek van de vergeten Utrechtse componist Karel Arnoldus Craeijvanger.

Na de pauze zette Cordas een grote stap in tijd en plaats en belandden we in het Spanje van de vroege 20e eeuw met het prachtige Aires de la Mancha van de componist Federico Moreno Torroba. Inmiddels helemaal warm gespeeld vergastte Cordas ons toen op zijn eigen compositie Preludio e Fantasia, een mooi werk dat qua sfeer uitstekend paste in het programma na de pauze. Na de Sonatina Meridional van de Mexicaanse componist Manuel Maria Ponce sloot Cordas af met het (volgens hem) bekendste werk voor gitaar: Asturias van componist Isaac Albéniz. Of toch niet: het enthousiast applaudisserende publiek kreeg nog een toetje met het swingende Sons de Carillon van de Braziliaanse toonmeester João Pernambuco, waarmee Cordas opnieuw daverend applaus oogstte.